Geen bloemetje voor Suze Groeneweg

Hoe  zou mijn treinreis er honderd jaar geleden hebben uitgezien ? Het stationsgebouw van mijn vertrek viert zijn 50ste verjaardag. Ik draag een bloes en een rok tot op mijn rijglaarsjes of een reformjurk, op mijn opgestoken haar een hoed. Een verschrikkelijke Wereldoorlog loopt op zijn einde. Ik zou eigenlijk niet alleen op reis kunnen gaan. De Spaanse griep heerst. Dat is wat ik zo bedenk. En op 3 juli 1918 wordt Suze Groeneweg als eerste vrouw gekozen in het Nederlandse parlement.

Ik kwam deze gortdroge zomerochtend niet verder dan wachten in de trein naar Rotterdam op het stationnetje van ’t Harde. Deze trein reed helaas niet, meldde de machinist door de intercom, ‘misschien een uur later maar misschien ook helemaal niet.’  Na anderhalf uur weer thuis dus, geen Rotterdam vandaag.

Suze Groeneweg (1875-1940), SDAP-politica, zou op deze feestdag van de democratie een bloemetje krijgen in de naar haar vernoemde flat in Rotterdam. Zij was niet alleen de eerste vrouwelijke parlementariër maar ook het eerste vrouwelijke Provinciale Statenlid, gemeenteraadslid van Rotterdam en de eerste ambtenaar van de Burgerlijke stand. Een pionier dus, die een bloemetje verdiend.

Gekozen kunnen worden maar nog niet kunnen kiezen. Alle mannen boven de 25 jaar al wel. Op 5 juli 1922 konden vrouwen in Nederland voor het eerst hun stem uitbrengen.

Van de Bloemetjesbrigade vandaag geen boeketje in Rotterdam. Ze moet het blijven doen met het bosje dat een Rotterdamse hulpbrigadier op 8 maart spontaan bracht (foto). Om 17.00 uur wordt er in ProDemos in Den Haag wel een kleine tentoonstelling over deze bijzondere vrouw geopend.

8 maart 2018 – Hal van de Suze Groenewegflat, Rotterdam

Deemstering

Nieuwe maan en Venus of Mercurius langs de IJssel

Gisteravond weer naar de dijk, al in de astronomische schemering, denk ik. De zon is allang onder. Het is verschrikkelijk koud. Waarschijnlijk houd ik het buiten maar een half uur vol. Ik moet zo nu en dan toch mijn handschoenen weer aan ook al kan ik dan de knopjes op mijn camera niet goed bedienen. Wie mooie dingen wil maken, moet pijn lijden. Welke planeet staat daar zo helder boven de brug. Venus als Avondster ?

Wandelende vrouwen kijken pas naar de maan als ze mij zien fotograferen. ‘Jaaaaaaa, wat mooi, die zonsondergang met dat maantje daar zo…’ Vorig jaar hadden deze populieren nog wat zijtakjes, dat maakte de compositie wat levendiger. Als ik verder rij richting de dijk, bekijk ik de bomen, stam voor stam, maar nee, niks, allemaal kaal.

Bovenop de dijk is het nog veel kouder. Ik moet mijn capuchon opdoen. De bitterkoude oostenwind schudt aan mijn camera en het statief. Dat zal wel weer niks worden met die foto’s. Dan maar niet. Het is hier prachtig.

Tussen de toren van Hattem en de brug veel lichtjes aan de overzijde van de rivier, in allerlei kleuren. Zijn het er steeds meer ? Wat gebeurt daar in de uiterwaarden ? Even lijkt het of er nog een heldere planeet te zien is aan de westelijke avondhemel. Mercurius, de snelle boodschapper van de goden, die even langskomt ? Het zijn niet de auto’s op de A28 die naar huis willen. Recht boven me, voor de sterren langs, de twinkelende lichtjes van vliegtuigen, afwisselend wit en rood. Dat wordt nog wat als Lelystad Airport wordt geopend, het is nu al druk in de lucht. Ik hoor de trein komen. Met enige regelmaat kruipen de verlichte ramen over de brug, op en af. Een groep joggers met gele hesjes en rode lichtjes om hun arm komt de dijk op. Met mijn zwarte jas en capuchon moet ik bovenop de dijk als een silhouet van de Dood tegen de schemerhemel hebben geleken. Zonder zeis maar met statief. Terwijl zij hier zo dapper bezig zijn voor een gezond leven. Ze groeten en rennen kletsend voorbij.

Geen vogels vanavond. En helemaal alleen. Boven de rivier hangt een mistlaag die blauw opglanst in het laatste licht. Of is het ijs ? Mijn camera vangt het niet. Het display laat een hemel zien met veel blauw en rood, niet alle nuances oranje, geel en groen die mijn oog nog wel kan onderscheiden. Wat een ruimte om mij heen. Ik ben een maanpaneel.

Het Vrouwenhuis anno 1690, een kunstkabinet


Grote Sael van het kunstkabinet ‘Het Vrouwenhuis anno 1690’, het verbeelde huis van Pieter Soury (1645-1695) en Aleijda Wolfsen (1648-1692), 2002-nu. Bijna af (nou ja, nooit af natuurlijk. Tot de dood ons scheidt, zeg maar).
Schaal 1:12. Zoveel mogelijk zelfgemaakt en van ‘waardeloze’ materialen.

Inhoud van deze kamer

Haardpoppen naar het huwelijksportret van Willem II met de 9-jarige Mary Stuart I, door Anthony van Dyck, 1641, Rijksmuseum Amsterdam , gemaakt in 2008.
Bewoner Hendrik Wolfsen uit Zwolle was getuige van de feestelijkheden in Londen.
Tot mijn stomme verbazing bleek er ook echt een dergelijke haardpop van Mary te bestaan ! O.a. in de collectie van Paleis het Loo, een bruikleen van de Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau

Klavecimbel naar een exemplaar van Johannes Ruckers, Antwerpen 1627, in het Musikinstrumentenmuseum in Berlijn, 2015; deksel naar de deksel met een allegorische voorstelling van stad Amsterdam door Pieter Isaacs, ca. 1604, in het Rijksmuseum, Amsterdam (www.rijksmuseum.nl/nl/collectie/SK-A-4947), maar aangepast aan het stadssilhouet van 17-de eeuws Zwolle en het Zwarte Water op een schilderij door een anonieme schilder, ca. 1665, coll. Stedelijk Museum Zwolle, 2015.
Bewoner Pieter Soury was convooi- en licentmeester voor het Noorderkwartier en moest belastingen heffen op inkomende en uitgaande goederen. Hij woonde dus op een zeer strategisch punt in Zwolle, bij de waterpoort over de Grote Aa en vlakbij het havengebied van het Rodetorenplein dat aan de andere kant van de stadsmuur lag.

Viola da gamba, naar het exemplaar in het Rijksmuseum en gebaseerd op het schilderij van Jan … , 2016. (Balsa)hout en draad, acrylverf.

Kaarsenkroon : gemaakt van goudgespoten kralen, papier en opbinddraad, en kaarsvet met een lontje, 2015.

Meubels : zeskantig theetafeltje : aankoop 2006. Stoelen en taboeretten : met zeeblauwe zijde en franje bekleed, 2009, 2014, 2018. Spiegel (niet te zien), 2014. Kruispootkabinet (niet te zien) : Euromini, nieuw onderstel, eiken gelakt, 2008.

Delfts blauw: vazen op de schouw, 2017, en een spoelkom voor de theekopjes op de theetafel, 2014.

Schilderijen naar het werk van stadgenoot Gerard ter Borch junior en Gesina ter Borch, ca. 1663, coll. National Gallery, Londen en Cleveland Museum of Art : portretten man en vrouw, olieverf op paneel, 2014. Lijst : hout, houtlijm en goudverf.

Schoorsteenstuk naar  het 17de-eeuwse bloemstilleven boven de schouw in de regentenkamer  van het Vrouwenhuis, Zwolle, 2006-2008

Plafondschildering van ‘De vlietende Tijd’,  omringd door genieen en putti, naar een ontwerp in rood krijt door de Zwolse schilder Hendrik ten Oever, 1686, coll. St. Allemaal Zwolle / vm. Stedelijk Museum Zwolle, 2008. De Jeruzalemsveren eromheen naar de 17-de eeuwse resten die gevonden werden op de zolder van het Vrouwenhuis

Geschilderd behang met italianiserend landschap naar die door Nicolaas Piemont in het poppenhuis van Petronella Oortman, ca. 1690, Rijksmuseum, Amsterdam maar aangepast aan het landschap op de beschilderde deur in de regentenkamer van het Vrouwenhuis, olieverf op doek, 2006-2008. Een ‘Somer voor het oogh !’ Wel zonder die dode Oostvaardersplassenboom…

Het hele kunstkabinet is te zien in museum het Vrouwenhuis, Voorstraat 46 in Zwolle.
Meer details en hun voorbeelden zijn te zien in de onvolprezen Rijksstudio van het Rijksmuseum.